Prestatie-indicatoren in de jeugdzorg

Algemene afspraken over vastlegging prestaties

Vastgelegd worden de resultaten van de provinciaal gefinancierde geïndiceerde jeugdzorg en van de door justitie gefinancierde jeugdzorg. De gegevens worden op de volgende momenten door Bureau Jeugdzorg en Jeugd & Opvoedhulp vastgelegd:

  • Bureau Jeugdzorg legt enkele voor de prestatie-indicatoren relevante startgegevens vast bij het uitvaardigen van een eerste indicatiebesluit of bij de totstandkoming van het plan voor de uitvoering van een maatregel. Hiermee wordt de start van een cliënttraject gemarkeerd.
  • Jeugd & Opvoedhulp registreert de prestatie-indicatoren als de zorg, die gebaseerd is op een aanspraak als gevolg van één of meerdere (op elkaar aansluitende) indicatiebesluiten, is beëindigd en levert de prestatie-indicatoren aan bij Bureau Jeugdzorg. Dat doen zij ook wanneer er sprake is van het voortijdig stoppen van de zorg. Als zorg wordt geboden door meerdere organisaties Jeugd & Opvoedhulp, dan worden de prestatie-indicatoren per organisatie geregistreerd.
  • Uitvoerders van een maatregel bij Bureau Jeugdzorg leveren de gegevens op het moment van het rapporteren van de datum einde maatregel.
  • Bureau Jeugdzorg registreert het einde van een cliënttraject en levert de afsluitende prestatie-indicator (tweede afname STEP). Het cliënttraject kan bestaan uit zorg door één of meerdere organisaties Jeugd & Opvoedhulp op basis van één of meerdere (op elkaar aansluitende) indicatiebesluiten en/of uitvoering van één of meerdere maatregelen. In een cliënttraject kunnen maatregel en zorg naast bestaan of elkaar in de tijd opvolgen.
  • Gegevens over het al dan niet opnieuw beroep doen op jeugdzorg (na een eerder beëindigen van de hulp of maatregel) volgen automatisch uit de registratie van het nieuwe besluit of de nieuwe maatregel (aangenomen dat cliënten met hun BSN te identificeren zijn).

De resultaten worden per cliënt(systeem) vastgelegd, onder meer omvattend

  • oordelen van een jeugdige als deze 12 jaar of ouder is;
  • oordelen van de ouder(s) of verzorger(s) van een jeugdige die het gezag over de jeugdige hebben.

Als er sprake is van niet-vrijwillige hulp, dan kan in voorkomende gevallen het oordeel van de (gezins)voogd of jeugdreclasseerder prevaleren boven dat van de jeugdige en/of de ouder(s).

Top van de pagina