Prestatie-indicatoren in de jeugdzorg

Aanvullende/optionele registraties

 

Raamwerkafspraken indicator overall doelrealisatie

Welke doelen? Doelen zoals geformuleerd in het indicatiebesluit.
Hoe scoren? Overall-score (over alle doelen) volgens de Goal Attainment Scaling (GAS):
  • -1 Doelen niet gehaald (toestand is ongunstiger);
  • 0 Doelen niet gehaald (toestand is gelijk gebleven);
  • +1 Doelen deels gehaald (toetstand is gunstiger, maar duidelijk niet conform doelen);
  • +2 Doelen gehaald (toestand is verbeterd, geheel of vrijwel geheel conform doelen).
Voor de noodzakelijke conversies bij een andere scoringswijze zie bijlage 2.
Wie bepaalt? Mening cliënt is leidend. Tenzij sprake van niet-vrijwillige hulp, dan score gezinsvoogd/jeugdreclasseerder.
Wanneer? Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging in overleg tussen cliënt en hulpverlener. Bevraging en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of drie weken (21 dagen) na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Per cliënt.
Aggregatie Volgens het Gegevenswoordenboek Beleidsinformatie 2007. Omdat een aantal instellingen niet uitgaat van de GAS-scoring, van het Gegevenswoordenboek, moeten scores -1 en 0 bij de rapportage vaak worden samengevoegd:
  • 0 Doelen niet gehaald (toestand is ongunstiger of gelijk gebleven);
  • 1 Doelen deels gehaald (toetstand is gunstiger, maar duidelijk niet conform doelen);
  • 2 Doelen gehaald (toestand is verbeterd, geheel of vrijwel geheel conform doelen).

Top van de pagina

 

Raamwerkafspraken aard doelen

Welke doelen? Einddoelen zoals die bij de start van de hulp worden vastgelegd met in ieder geval de cliënt (sluiten aan bij/vallen samen met doelen indicatiebesluit).
Hoe scoren? Classificatie per einddoel volgens de onderstaande tabel, eventueel met een gedetailleerdere subclassificatie (zie bijlage 5).
  1. Kind / jongere;
  2. Gezin;
  3. Omgeving;
  4. Hulpverlening;
  5. Overige doelen.
Wie bepaalt? De hulpverlener van de zorgaanbieder.
Wanneer? Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging in overleg tussen cliënt en hulpverlener. Registratie vindt plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of drie weken (21 dagen) na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Per cliënt volgens de hierboven aangegeven classificatie. Maximaal 10 einddoelen.
Aggregatie Volgens de aangegeven schaal. Gerapporteerd met percentages doelen per rubriek.

Top van de pagina

 

Raamwerkafspraken specifieke meting vermindering problematiek

Welk gegeven? De mate waarin de ernst van de problematiek gemeten aan het begin van de hulp is afgenomen bij de beëindiging van de hulp, gebruikmakend van een specifiek instrument.
Hoe scoren? Begin- en eindscore van het instrument, met behulp van een computerprogramma geclassificeerd in
  • - Verslechterd;
  • 0 Onveranderd;
  • + Verbeterd, maar niet klachtenvrij;
  • ++ Verbeterd en klachtenvrij.
Wie bepaalt? De gebruikelijke informant vult het instrument in. Het computerprogramma doet de rest.
Wanneer? 21 dagen of korter voor het opmaken van het indicatiebesluit en maximaal 21 dagen voor de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Per cliënt en per afgenomen instrument, volgens de classificatie die hierboven is aangegeven + de naam van het gebruikte instrument + type informant (jeugdige, vader, moeder, leerkracht, groepsleider). Maximaal tien scores aanleveren.
Aggregatie Percentages in verschillende klassen van verschilscores.

Top van de pagina

 

Raamwerkafspraken registratie aard problematiek

Welk gegeven? Het type probleem waarvoor een indicatiebesluit is afgegeven en waarop de doelen van de hulp zijn gericht.
Hoe scoren? Classificatie van het probleem in de onderstaande rubricering (meerdere rubrieken selecteren en meer specifieke codering mogelijk).
  1. Psychosociaal functioneren jeugdige;
  2. Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren;
  3. Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling;
  4. Gezin en opvoeding;
  5. Jeugdige en omgeving;
  6. Overige problemen;
  7. Niet gespecificeerde problematiek
Wie bepaalt? Een daartoe gekwalificeerde functionaris van bureau jeugdzorg.
Wanneer? 21 dagen of korter voor het opmaken van het indicatiebesluit.
Hoe aanleveren? Per cliënt volgens de classificatie die hierboven is aangegeven. Eventueel met meer specifieke codes. Maximaal 7 codes per cliënt.
Aggregatie Percentages in verschillende klassen van verschilscores.

Top van de pagina