Prestatie-indicatoren in de jeugdzorg

De 10 prestatie-indicatoren

 

Prestatie-indicator 1: doelrealisatie per einddoel

Raamwerkafspraken doelrealisatie per einddoel

Welke doelen? Einddoelen zoals die bij de start van de hulp worden vastgelegd met in ieder geval de cliënt (sluiten aan bij/vallen samen met doelen indicatiebesluit).
Hoe scoren? Score per einddoel volgens GAS:
-1 = doel niet behaald, situatie ongunstiger dan bij start;
0 = doel niet behaald, situatie gelijk aan start;
1 = doel deels behaald;
+2 = doel behaald.
Wie bepaalt? De mening van de cliënt is leidend; verschillen leden van het cliëntsysteem van oordeel dan noteert men de score van degene van het cliëntsysteem die het meest bepalend is voor het al dan niet beëindigen van de zorg. Als er sprake is van niet-vrijwillige hulp, dan scoort de gezinsvoogd / jeugdreclasseerder.
Wanneer? Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging in overleg tussen cliënt en hulpverlener. Bevraging en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of drie weken (21 dagen) na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Per cliënt, maximaal scores op 10 einddoelen.
Aggregatie Volgens de GAS-schaal. Bij vergelijking over instellingen worden conversies toegepast conform bijlage 2.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 2: cliënttevredenheid resultaten

Raamwerkafspraken indicator cliënttevredenheid resultaten

Welk gegeven? De tevredenheid van de cliënten (jeugdige en ouderfiguren) over het algemeen en specifiek over de resultaten van de hulp van de zorgaanbieder.
Hoe scoren? De score op de factor 'Resultaat' van de Exit-vragenlijst en het rapportcijfer uit deze lijst over de tevredenheid in het algemeen. Apart scoren voor de jeugdige en de ouderfiguren.
Wie bepaalt? De cliënt.
Wanneer? Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging in overleg tussen cliënt en hulpverlener. Bevraging en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of drie weken (21 dagen) na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Per jeugdige van 12 jaar of ouder en per ouderfiguur.
Aggregatie Over twee gegevenselementen: de scores van de jeugdigen en die van de ouderfiguren (bij ouderfiguren telt de gemiddelde score op de factor 'Resultaat' en het gemiddelde rapportcijfer; is er één lijst voorhanden dan gaat de procedure uit van de scores op deze lijst). Zie verder bijlage 3.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 3: reden beëindiging hulp

Raamwerkafspraken indicator reden beëindiging hulp

Welk gegeven? Reden beëindiging maatregel of zorg. Onder dat laatste wordt verstaan de reden op grond waarvan het bureau jeugdzorg - gehoord hebbende de zorgaanbieder en de cliënt - bepaalt dat de zorg beëindigd is.
Hoe scoren? Met de onderstaande tabel, zolang het gebruik van een landelijke standaard door bureaus jeugdzorg en zorgaanbieders nog niet is gerealiseerd:
1. Zorg voortijdig afgebroken. Dit moet nader gespecificeerd worden in:
  1.1 Zorg door cliënt eenzijdig afgebroken, voortijdig en niet in overleg met bureau jeugdzorg of de zorgaanbieder.
  1.2 Zorg door bureau jeugdzorg of de zorgaanbieder voortijdig afgebroken.
2. Overige redenen.
Wie bepaalt? Een daartoe aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg
Wanneer? Bij datum beëindiging zorg of maatregel en bij voortijdige beëindiging.
Bevraging en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of drie weken (21 dagen) na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Score per jeugdige.
Aggregatie Percentages cliënten in de onderscheiden rubrieken.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 4: vermindering problematiek

Raamwerkafspraken indicator vermindering problematiek

Welke gegeven? De mate waarin de ernst van de problematiek gemeten aan het begin van de hulp is afgenomen bij de beëindiging van de hulp.
Hoe scoren? Middels de FJ- en KO-schalen van de STEP. De totaalscore van de beginmetingen moet in twee varianten worden aangeleverd: met en zonder het item dat gaat over de duur van de problematiek. De totaalscore van de eindmetingen is zonder het item dat gaat over de duur van de problematiek. Zie ook bijlage 4.
Wie bepaalt? De casemanager van bureau jeugdzorg. Deze maakt met de zorgaanbieder(s) afspraken over wie de meting bij beëindiging hulp verzorgt.
Wanneer? Op twee momenten:
  • Bij het nemen van het indicatiebesluit of bij de totstandkoming van het plan voor de uitvoering van de maatregel. Invulling en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan de datum van het besluit of het plan.
  • Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging. Invulling en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of na de datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Scores per schaal en per meetmoment (begin, einde; bij begin de FJ- en KO- met en zonder items die betrekking hebben op de duur).
Aggregatie Gemiddelde schaalscores bij aanvang, gemiddelde verschilscores, percentages in verschillende klassen van verschilscores.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 5: herhaald beroep op hulp

Raamwerkafspraken indicator herhaald beroep op hulp

Welk gegeven? De mate waarin cliënten weer opnieuw in de jeugdzorg komen, en binnen welke periode.
Hoe scoren? Registratie eerder beëindigde jeugdzorg in combinatie met registratie gegevens middels onderstaande tabel:
  1. Nieuw in jeugdzorg
  2. Indicatie voor jeugdzorg direct volgend op eerder indicatiebesluit:
     2.1 Planmatige vervolgindicatie
     2.2 Niet-planmatige vervolgindicatie
  3. Herhaald beroep op jeugdzorg
  4. Overig
Wie bepaalt? Een daarvoor aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg.
Wanneer? Bij het nemen van het nieuwe indicatiebesluit. Registratie vindt plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand of na de datum besluit.
Hoe aanleveren? Scores per cliënt.
Aggregatie Percentages van cliënten in de verschillende rubrieken.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 6: zwaarte vervolghulp

Raamwerkafspraken indicator zwaarte vervolghulp

Welk gegeven? Er worden hier twee elementen vastgelegd:
  • Het advies van de zwaarte en urgentie van de zorg;
  • de overgang van vrijwillig naar gedwongen kader of andersom.
Hoe scoren?
  • Middels de ZZ- en de UZ-schalen van de STEP (zie bijlage 4) en
  • middels het vastleggen van datum start en einde en aard maatregel.
Wie bepaalt? Een daarvoor aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg. Deze maakt met de zorgaanbieder(s) afspraken over wie de meting bij beëindiging hulp verzorgt.
Wanneer? De gegevens worden op twee momenten ingevuld:
  • Bij nemen van het indicatiebesluit of bij totstandkoming van het plan voor de uitvoering van de maatregel. Invulling en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan de datum van het besluit of het plan.
  • Bij datum beëindiging zorg of maatregel of zo mogelijk bij voortijdige beëindiging in overleg tussen cliënt en hulpverlener. Registratie maximaal drie weken (21 dagen) voor of na datum beëindiging zorg of maatregel.
Hoe aanleveren? Scores per cliënt.
Aggregatie Percentages van cliënten in de verschillende rubrieken.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 7: reden beëindiging beschermingsmaatregel

Raamwerkafspraken indicator reden beëindiging beschermingsmaatregel

Welk gegeven? Een ots is geslaagd als kan worden aangenomen dat de belemmeringen voor het onbedreigd opgroeien zijn weggenomen en/of de ouders bereid en in staat zijn hulp in vrijwillig kader te aanvaarden; een voogdij is geslaagd wanneer pleegouder(s) of contactpersoon het gezag overnemen van het bureau jeugdzorg.
Hoe scoren? Middels de registratie beëindiging ots:
  1. ots tussentijds opgeheven;
  2. ots wordt niet verlengd;
  3. een beschikking voor een gezagsbeëindigende maatregel;
  4. het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige.
Of beëindiging voogdij:
  1. het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige;
  2. overheveling van de voogdij aan pleegouders of contactpersoon;
  3. herstel van het gezag van de ouders.
Wie bepaalt? Een daarvoor aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg.
Wanneer? Bij datum einde maatregel of bij voortijdige beëindiging. Invulling en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of na de datum einde maatregel.
Hoe aanleveren? Scores per cliënt.
Aggregatie Percentages beëindigingen die inhouden dat ots of voogdij niet meer nodig is ten opzichte van het totaal aantal beëindigde ots-en en voogdij-en.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 8: uitblijven nieuwe beschermingsmaatregel

Raamwerkafspraken indicator uitblijven nieuwe beschermingsmaatregel

Welk gegeven? De mate waarin bureau jeugdzorg niet opnieuw een eerder beëindigde ondertoezichtstelling of voogdij krijgt opgedragen, geldt als indicator voor succes.
Hoe scoren? Registratie herhaalde ots-en en voogdijen in combinatie met de registratie van eerder beëindigde maatregelen:
  1. Nieuw in jeugdbescherming (geen eerdere ots of voogdij);
  2. Verlenging ots;
  3. Herhaalde ots of voogdij;
  4. Overig.
Wie bepaalt? Een daarvoor aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg.
Wanneer? Bij het nemen van de nieuwe maatregel. Registratie vindt plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of na de datum nieuwe maatregel. De Raad voor de Kinderbescherming rapport de informatie aan bureau jeugdzorg uiterlijk bij de start van de uitvoering van een maatregel.
Hoe aanleveren? Scores per cliënt.
Aggregatie Het percentage jeugdigen dat niet in een herhaalde maatregel terecht is gekomen ten opzichte van het totale aantal in een periode beëindigde maatregelen vanwege vanwege opheffing, geen verlenging, gezagsbeëindigende maatregel of voogdij overgeheveld naar pleegouder.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 9: reden beëindiging jeugdreclassering

Raamwerkafspraken indicator reden beëindiging jeugdreclassering

Welk gegeven? Als prestatie-indicator is van belang vast te leggen wanneer een jeugdreclasseringstraject als 'niet meer mogelijk' wordt beschouwd. Dat geldt als deze tussentijds moet worden opgeheven of als bureau jeugdzorg een terugmelding moet doen aan het Openbaar Ministerie (OM).
Hoe scoren? Middels de registratie beëindiging jeugdreclassering:
  1. het verlopen van de termijn;
  2. een tussentijdse opheffing;
  3. een 'terugmelding' van bureau jeugdzorg aan het OM;
  4. verwijzing naar volwassenenreclassering;
  5. Nader besluit rechter.
Wie bepaalt? Een daarvoor aangewezen functionaris van bureau jeugdzorg.
Wanneer? Bij datum einde maatregel of bij voortijdige beëindiging. Invulling en registratie vinden plaats maximaal drie weken (21 dagen) voorafgaand aan of na de datum einde maatregel.
Hoe aanleveren? Scores per cliënt.
Aggregatie Percentages beëindigingen die inhouden dat reclassering niet meer mogelijk is ten opzichte van het totaal aantal beëindigde reclasseringstrajecten.

Top van de pagina

 

Prestatie-indicator 10: uitblijven recidive

Raamwerkafspraken uitblijven recidive

Data over deze prestatie-indicator kunnen nog niet worden verzameld.

Top van de pagina